Tertiaire ontstaanswijze. Metamorfose
Transformatie van een bestaand gesteente onder extreme druk en hitte, zonder dat het gesteende smelt.
Gedaanteverwisseling – Veranderingsproces
- Voor deze ontstaanswijze gaan wij diep de aarde in waar altijd een verzengende hitte en een enorme druk bestaat.
- Om dit proces helemaal goed te begrijpen, moeten we af van het idee dat de aardkorst overal even dik is.
- De aardkorst bestaat uit afzonderlijke schollen of platen die boven op de beweeglijke gesteenten in de aardmantel drijven.
- De platen zijn niet overal even dik.
- Zo zijn oceanische platen 5 – 10 km dik en
- continentale platen tussen 20 en 60 km.
- Van de continentale platen is slechts het topje zichtbaar.
- Het meeste bevindt zich onder de oppervlakte.
- Continentale platen steken boven de oceanische platen uit waardoor er land en water ontstaat.
- Door convectie blijven de platen voortdurend in beweging.
- Soms worden ze tegen elkaar aangeduwd en ontstaan er bergen.
- Bij deze krachten ontstaan ook processen die met gesteenten te maken hebben.
- Als platen tegen elkaar aangeduwd worden en over elkaar heen schuiven, dan ontstaat er een soort kreukeleffect.
- Die kreukelzones zijn de lange bergketens die je overal op aarde tegenkomt.
- Waarom zijn de Himalaya, de Rocky Mountains en het Andesgebergte de grootste bergketens?
- Omdat daar de aardkorst het aller dikste is.
Metamorfose kan op verschillende manieren plaatsvinden:
Als er op gesteenten zo’n druk wordt uitgeoefend omdat platen tegen elkaar of over elkaar heen schuiven, verandert de structuur van zo’n gesteente. Kristallen die met elkaar verweven zijn op een willekeurige manier naar alle richtingen, zullen zich door de enorme druk ordenen. Gesteenten zullen zich zo ordenen dat ze zich dwars op de drukrichting kunnen rangschikken. Sommige gesteenten worden letterlijk uitgeperst. Dat kan met zo’n kracht gaan, dat ze letterlijk substanties loslaten. Als deze stoffen zich verzamelen, vormen ze nieuwe gesteenten die beter tegen de druk bestand zijn.
Wat ook kan tijdens dit soort processen, is dat aangrenzende lagen gesteenten zodanig worden samengeperst, dat elementenuitwisseling plaatsvindt met het bewegend gesteente, er nieuwe mineralen ontstaan en zo een nieuwe grenslaag vormen.
Als er bergen gevormd worden, worden er ook steenlagen naar beneden geduwd.
Juist in die steenlagen die naar beneden worden geduwd, stijgt de temperatuur en druk.
Metamorfose is het proces van transformatie van een bestaand gesteente onder enorme druk en temperatuur zonder dat het gesteente smelt. Het gesteente verandert van vorm en uiterlijk. Deze nieuw gevormde gesteenten worden metamorfe gesteenten genoemd en de mineralen die zich erin bevinden, metamorfe mineralen.
- Regionale metamorfose: Gesteenten worden steeds verder samengeperst doordat er andere lagen bovenop komen. De onder gelegen laag zakt dan steeds verder de aarde in. Dit gebeurt in grote gebieden en daarom spreken we van regionaal.
- Stenen: kristallijn leisteen.
- Mineralen:
- kyaniet, cyaniet of distheen (van kristallijne leien),
- granaat,
- jade,
- nefriet,
- serpetijn (olivijn en pyroxeen),
- thuliet,
- tijgerijzer (hematiet/jaspis/tijgeroog) en
- zoisiet.
- Marmer waarin soms afzettingen van lapis lazuli of smaragd gevonden worden.
- Contactmetamorfose. Vindt plaats in nabijheid opstijgend magma.
- Robijn en saffier
- Metasomatose. Uitwisseling van elementen. Als er ook nog een uitwisseling van elementen is.
- Charoiet, rhodoniet, chalcopyriet, lapis-lazuli.
Het tertiaire vormingsprincipe een proces van transformatie van bestaand gesteente onder invloed van hitte en druk zonder dat het gesteente smelt. Metamorfose.