HET MICROBIOOM

Een mens draagt, naast alles wat we al binnen onze huid met ons mee sjouwen, ook nog eens gemiddeld 1,5 kilo aan microben mee. Microben leven niet alleen in ons maar ook op onze huid.

Alle Microben tezamen vormen het Microbioom

Microben zijn als kleine beestjes: bacteriën/schimmels/gisten/virussen en andere eencellige wezens. Alle microben bij elkaar vormen het Microbioom dat voornamelijk te vinden is in ons spijsverteringskanaal.  Het grootste gedeelte (90%) zijn de biljoenen bacteriën die wonen in de dikke darm waarvan de Escherichia coli de bekendste is. Voor de bacteriën heeft de darm een perfect klimaat van 37 graden Celsius en voldoende water.  Een gezond Microbioom bestaat uit veel bacteriën en ook verschillende soorten bacteriën.  Het scheelt van persoon tot persoon welke bacteriën er nou precies in de darm zitten. Daardoor is elk Microbioom uniek.

Balans is het sleutelwoord

In een gezonde darm leven ‘goede’ maar ook ‘slechte of schadelijke’ bacteriën. Een gezond Microbioom is een Microbioom dat in balans is.  Wanneer er een verstoring optreedt, raakt het Microbioom uit balans en krijgen de schadelijke bacteriën de overhand. Een Microbioom kan in principe tegen een tijdelijke onbalans en zal zichzelf herstellen (zelfhelend vermogen lichaam). Maar het is ook mogelijk dat de disbalans te lang duurt met als gevolg: klachten en ziekten.

Functie van Darmbacteriën

Darmbacteriën hebben dus een belangrijke functie in ons lichaam:

  • spelen onder andere een rol bij onze spijsvertering.
    • Hier is sprake van een win/win situatie (=mutualisme).
      • De darmbacterie krijgt niet alleen huisvesting maar ook voeding in de darm en in ruil daarvoor zet de bacterie zich in om voedsel te verteren. 
      • Bacteriën breken vezels en andere niet volledig verteerde bestanddelen uit ons voedsel af.
        • Bij dit proces komen stoffen vrij die nodig zijn voor onze spijsvertering.
        • Afvalproducten van hun stofwisseling zijn onder andere vitamine:  K, B5 en B8.

  • Beschermen de darmwand.
    • Darmbacteriën houden de darmwand gezond.

  • Afval- en schadelijke stoffen kunnen niet door de darmwand heen
    • Door het vormen van een slijmlaag, kunnen er ook geen bacteriën door de darmwand heen.

  • Darmbacteriën scheiden stoffen uit.
    • Deze stoffen kunnen zenuwcellen in de darm prikkelen.
    • Deze prikkels worden via ons zenuwstelsel doorgeleid naar hersenen en darmspieren.
    • Darmspieren trekken samen, darmbeweging wordt in gang gezet.

  • Trainen afweermechanisme.
    • Het afweermechanisme moet ons beschermen tegen bacteriën en andere schadelijke stoffen.
    • Darmbacteriën leren ons afweersysteem om goede bacterieen met rust te laten en de schadelijke aan te vallen.
    • Hierdoor blijft het Microbioom in balans. 
    • Wat in balans is, draagt bij aan het goede functioneren – gezondheid – van ons lichaam.

  • Verzadiging.
    • Darmbacteriën zeggen ons wanneer we verzadigd zijn. Genoeg hebben gegeten, vol zijn.
    • Darmbacteriën laten onze hersenen dat weten.
    • Wanneer we eten worden er stoffen aangemaakt, die ook naar de hersenen prikkelen wanneer dat het geval is.

Factoren die het Microbioom beïnvloeden

  • Erfelijkheid
    • Erfelijke eigenschappen- vastgelegd in onze genen – bepalen welke bacteriën er in onze darm kunnen overleven.
    • Sommige genen helpen bij groei en overleving goede bacteriën.
      • Door aanmaak van bepaalde stoffen te stimuleren.
    • Andere genen beïnvloeden afweersysteem.
      • Genen bepalen of lichaam bacterie aanvalt of niet.
    • Voeding
      • Darmbacteriën leven van het voedsel dat in de darm komt.
      • Ons eetpatroon beïnvloedt hoeveel en welke bacteriën er in onze darmen leven.
      • Vezelrijk eetpatroon draagt bij aan gezond Microbioom: veel bacteriën en veel verschillende soorten bacteriën.
        • Vezels: twee soorten:
          • Fermenteerbare = prebiotica.
          • Niet-fermenteerbare, worden niet afgebroken door bacteriën en verlaten het lichaam min of meer intact.  Ze vormen een soort spons, ze houden water vast die ervoor zorgt dat de stoelgang soepel verloopt. Daarbij dragen zij bij aan verzadigd gevoel.
      • Westers eetpatroon: verlaagt de hoeveelheid bacterieen:
        • Te veel: suiker/vet/vlees
        • Te weinig: groente/fruit

  • Omgeving
    • Hygiëne speelt een belangrijke rol.
    • Kinderen die op het platteland zijn opgegroeid, vaker een beter afweersysteem dan kinderen uit de stad. Dit komt doordat kinderen van het platteland vaker in contact komen met goede en slechte bacterieen. Het afweersysteem wordt sneller aangeleerd de goede bacterieen met rust te laten en de slechte aan te vallen.

  • Gebruik geneesmiddelen
    • Antibioticakuur is gericht op het doden van bacterieen.
    • Daarin maakt de antibioticakuur geen onderscheid tussen de goede en slechte bacterieen.
    • Hierdoor raakt het Microbioom uit balans.
    • Dit kan leiden tot klachten bijvoorbeeld diarree.
    • Gebruik van probiotica na de antibioticakuur kan helpen het Microbioom sneller te doen herstellen.

Lees op de volgende pagina:

wat je kan doen om je Microbioom perfect te onderhouden!

Bronnen: Grégoire, Anatomie en fysiologie van de mens; mlds.nl; voedingscentrum.nl; umcutrecht.nl; nemokennis.link