Gienger stelt ook een andere manier voor om te bepalen welke steen op de hulpvraag het beste van toepassing is. Namelijk de vergelijking tussen kristalstructuur en levensstijl.
Kristal komt van het woord bergkristal, dat door de Grieken krystallos werd genoemd en dat ‘’bevroren water’’ of ‘’ijs’’ betekent. Romeinse keizers dronken overigens wijn uit bergkristallen bokalen omdat zij geloofden dat bergkristal een vergiftiging ongedaan zou maken.
In 1669 publiceerde de Deense natuurwetenschapper Nils Stensen de eerste onderzoeken naar de mathematische wetmatigheden van kristallen. Stensen ontdekte dat hoeken tussen de vlakken van een bepaald mineraal, onafhankelijk van hun grootte, uiterlijk of plaats, altijd hetzelfde zijn.
Uit deze ontdekking heeft hij de wet van de hoekconstante geformuleerd.
Een mineraal ontstaat waarbij een inherente eigenschap het mineraal ertoe dwingt een bepaalde specifieke vorm aan te nemen.
Een kristal is een vast lichaam met een geometrische, regelmatige inwendige structuur.
In 1673 twijfelde Robert Boyle, en Britse wetenschapper, aan dit gegeven.
In 1784 publiceerde de Franse onderwijzer, Rene-Just Haüy, zijn theorie. Door stom toeval ontdekte hij het volgende. Hij liet een calciet van een vriend vallen, verschrikkelijk, maar, Haüy en vriend zagen wel dat het stuk calciet in fragmenten uiteengevallen was die bovendien erg op elkaar leken! De conclusie van Haüy was dat kristallen al in hun kleinste elementaire cellen bepaalde geometrische vormen moeten hebben. Hij kwam dichter bij de kern van de zaak.
Alhoewel atomen en moleculen zelf geen geometrische vormen zijn, zijn kristalroosters dat wel. Dat komt doordat afzonderlijke atomen en moleculen van het mineraal tijdens hun groei zo dicht mogelijk bij elkaar komen te zitten door elektromagnetische velden en maken zij optimaal gebruik van de ruimte. Alle kristallen, ook suikerkristallen, worden geregeerd door wetten.
Kristallen kun je indelen volgens zeven kristalstelsels.
Stelsel 1. Het kubische kristalstelsel
Stelsel 2. Het hexagonaal kristalstelsel
Stelsel 3. Het trigonaal kristalstelsel
Stelsel 4. Het tetragonaal kristalstelsel
Stelsel 5: Het rombisch kristalstelsel
Stelsel 6: Het monoklien kristalstelsel
Stelsel 7: Het triklien kristalstelsel
Uitzonderingen: het Amorfe stelsel
Interessant vind ik in deze opsomming de 7. Alweer de 7! 7 kleuren in de regenboog, 7 kristalstelsels, 7 dagen, 7 werken van barmhartigheid, Thebe had 7 poorten, Rome gebouwd op 7 heuvelen, 7 hoofdzonden, 7 sacramenten (RK), 7 zeeën, 7 schoonheden, 7 werelddelen, 7 muziektonen.
Is er een vergelijking te maken tussen kristalstelsels en levensstijl? Dat is wat Gienger zich afvroeg en waar de volgende theorie uit voortgekomen is. Zeven kristalstelsels + de amorfe. Kunnen we mensen, die in het algemeen voldoen aan kenmerken van een bepaalde levensstijl dan ook ondersteunen me stenen die dat kristalrooster in zich hebben? Dat is de vraag!
Ook in dit geval, valt geen mens te plaatsen in een van de levensstijlen dan alleen dat je soms een karaktereigenschap en soms meerdere herkent. Wanneer voldoe je aan een karakterschets? Laat ik het volgende eens bekijken als Giengers DSM.